Welk blaasinstrument past bij jou (of je kind)? Kiezen tussen koper en hout zonder spijt
De vraag die ik als dirigent het vaakst krijg staat hierboven. Een ouder komt na de repetitie naar me toe, of een collega van in de veertig die “altijd al iets met muziek wilde”, en dan begint het gesprek: welk instrument moet het worden? Mijn antwoord begint altijd hetzelfde: niet het instrument dat het mooist klinkt op een filmpje, maar het instrument dat bij jouw lijf, jouw oor en jouw leven past.
Koper of hout: twee families, twee karakters
Bij koperblazers (trompet, bugel, trombone, hoorn, bariton, tuba) maak je de toon met je eigen lippen. Het mondstuk versterkt wat jouw lippen doen. Dat betekent: veel controle, maar ook dagelijks onderhoud van je embouchure, de spieren rond je mond. Sla je twee weken over, dan voel je dat meteen.
Bij houtblazers (klarinet, saxofoon, dwarsfluit, hobo) doet een riet of een aanblaasrand een deel van het werk. De eerste toon komt daardoor vaak sneller dan bij koper. Daar staat tegenover dat je met kleppen, rieten en grepen meer techniek rond het instrument leert.
Karakter speelt ook mee, al moet je het niet overdrijven. Wie graag vooraan staat en de melodie draagt, voelt zich vaak thuis op trompet of dwarsfluit. Wie liever het fundament legt, kijkt naar trombone, bariton of tuba. En de saxofoon zit er charmant tussenin: zingend genoeg voor de melodie, warm genoeg voor de begeleiding.
Leeftijd, lijf en logica
Voor kinderen rond de acht, negen jaar kijk ik vooral naar formaat en adem. Een cornet ligt kleiner in de hand dan een trompet, een altsaxofoon is voor de meeste kinderen vanaf een jaar of tien te doen, en voor dwarsfluit bestaan gebogen kopstukken die de reikwijdte verkleinen. Wisselende voortanden zijn zelden een echt probleem, al kan een mondstuk een paar weken minder lekker zitten.
Volwassenen hoeven zich van leeftijd niets aan te trekken. Ik heb orkestleden die na hun vijftigste zijn begonnen en nu prima meedraaien. Wat wel telt: beschikbare tijd. Koper vraagt liever elke dag tien minuten dan één keer per week een uur. Hout vergeeft een gemiste dag iets makkelijker.
Ga eerst blazen, koop daarna
De belangrijkste stap kost niets: ga naar een muziekvereniging in de buurt en vraag of je een paar instrumenten mag proberen. Elke harmonie of fanfare die ik ken vindt dat prachtig. Binnen een kwartier voel je het verschil: op het ene instrument komt er meteen een toon uit, op het andere blijft het bij lucht. Die eerste klik zegt meer dan elke vergelijkingstabel.
Veel verenigingen hebben bovendien instrumenten in bruikleen of verhuren ze voor een klein bedrag per maand. Zo speel je een jaar zonder grote investering, en weet je daarna precies wat je zoekt als je zelf gaat kopen. Hoe je dat rekensommetje maakt, heb ik uitgewerkt in instrument huren of kopen.
Mijn korte routekaart
Twijfel je tussen twee instrumenten, kies dan het instrument waarvan je de klank ook na een uur luisteren nog mooi vindt. Jij bent degene die er honderden uren mee gaat doorbrengen. Twijfel je tussen niveaus of prijzen, begin dan degelijk maar bescheiden; in wat kost een goed blaasinstrument leg ik uit waar de echte ondergrens ligt.
En als het na drie maanden toch niet jouw instrument blijkt? Geen ramp. In elk orkest ken ik wel iemand die op klarinet begon en op saxofoon gelukkig werd, of andersom. De adem, het notenlezen en het samenspel neem je gewoon mee naar de volgende lessenaar.
Op de lessenaar bij dit verhaal
Instrumenten die ik heb getest en die aansluiten bij dit onderwerp. Elke titel opent de volledige test.
Thomann Little Lion Bb-Baritone Thomann · € 798 Oordeel7,6/10
Hans Hoyer 801A-L Double Horn Hans Hoyer · € 4.869 Oordeel7,3/10
Yamaha YTS-280 Tenor Sax Yamaha · € 1.622 Oordeel8,0/10
Yamaha YTR-4335 GII Set GER Yamaha · € 853 Oordeel7,8/10
Thomann FL-300R Flute Thomann · € 429 Oordeel8,0/10
Nuvo Band Bb-Clarinet Black Nuvo Band · € 268 Oordeel7,3/10 Daarna lezen